op het wereldwijde web  
  
 

Familie van Doorn

Familie Rietveld

Familie Pison

Familie Stikkelorum


   

Naar huispagina

 


 


 
 
Het pookhuisje in Zegveld

 

Gert Ton heeft een prachtig verhaal opgetekend in 'De Berichtgever' over het pookhuisje. Het hans-en-grietje-achtige huisje tegenover de kerk waar Oma van Doorn woonde.

Terug in de tijd naar....Hoofdweg 69

Ze waren van beroep kleermaker. De eerste bewoners van het huisje dat stond aan de Hoofdweg 69 en later bekend zou worden als het ‘pookhuisje’. Zo’n 85 jaar is het beroep daar uitgeoefend door de familie Veldwis, ook wel geschreven als Veltwis en Feldwisch. Zij hebben het huisje daar omstreeks 1830 laten bouwen.

De eerste eigenaar en tevens eerste bewoner was Franz Willem Veldwis (geboren circa 1762, overleden 27 mei 1837 te Zegveld). Hij trouwt rond 1800 met Cornelia van Nie (geboren circa 1765, overleden 4 juli 1847 te Zegveld). Zoals reeds geschreven was Franz Willem Veldwis kleermaker. Als hij op 27 mei 1837 overlijdt, laat hij de woning na aan Jan Veldwis, ook een kleermaker. Jan of Jacobus Veldwis is op 17 juli 1802 geboren te Zegveld en is de zoon zijn van Franz Willem en Cornelia. Na het overlijden van Cornelia op 4 juli 1847 wordt Jacobus hoofdbewoner.

Jacobus Veldwis is op 17 januari 1835 getrouwd met Gerrigje Prijs (geboren circa 1805 te Moordrecht). Zij was van beroep naaister. Na het overlijden van Gerrigje Prijs op 22 maart 1852 hertrouwt Jacobus op 31 maart 1854 te Zegveld met Lijsje Verhoef (geboren 13 september 1813 te ’s-Gravensloot). De naam Lijsje Verhoef werd in de geboorteakte geschreven als Leijsje Verhoeff. Als Jacobus op 27 juni 1881 te Zegveld overlijdt, laat hij de woning na aan zijn weduwe Lijsje Verhoef. In 1886 wordt de woning overgeschreven op naam van Hendrik Veldwis, een neef van Jacobus Veldwis. Lijsje overlijdt op 27 maart 1891 te Zegveld.

Hendrik Veldwis zet het beroep en bedrijf voort van zijn oom, namelijk kleermaker. Hendrik was een zoon van Dirk Veldwis, een wagenmaker in Harmelen en Martina Prijs. Hendrik (geboren 17 december 1835 te Harmelen) trouwt op 22 maart 1872 te Zegveld met Martijntje de Groot (geboren 12 maart 1847 te Zegveld).
Hendrik overlijdt op 26 december 1915 en laat de woning na aan zijn weduwe Martijntje de Groot. Zij blijft er tot 1918 wonen en verkoopt de woning dan aan Aart Boer, een koopman te Zegveld. Martijntje overlijdt een jaar later op 23 april 1919 te Zegveld.

Van Aart Boer (geboren 27 december 1850 te Zegveld) is verder niet zoveel bekend. Hij is een zoon van Dirk Boer en Aaltje den Boggende die op 13 september 1844 met elkaar waren getrouwd. Mogelijk dat zijn gezondheid de laatste jaren niet meer zo goed was, want op 24 april 1937 komt Willempje Visser uit Woerden daar inwonen tot 18 februari 1938. Achter haar naam staat ‘hh’, oftewel hulp in de huishouding. Op 1 januari 1938 komt ook Janna van Dam inwonen. Zij kwam van nummer 6 (Hoofdweg 140). Achter haar naam staat ‘db’, dat is dienstbode. Zij overlijdt op 18 oktober 1938. Vervolgens komen de broers Antonie en Hendrik Reijerse inwonen bij Aart Boer. Zij woonden op nummer 94 (Hoofdweg 64), een woninkje aan de overkant in ‘de steeg’.
Als Aart Boer op 10 januari 1941 in Woerden overlijdt, wordt de woning verkocht aan Anthonie Blok. De gebroeders Reijerse blijven er nog wonen tot 29 mei 1941, dan komt Anthonie Blok.

Anthonie (Toon) Blok (geboren 25 juli 1880 te Bodegraven) was timmerman en kwam uit Utrecht, maar woonde al vanaf 1938 op nummer 100 (Hoofdweg 54). Hij was op 18 december 1913 getrouwd met Elisabeth de Kuiper (geboren circa 1887 te Stolwijk) en was op 29 mei 1928 van haar gescheiden. Vermoedelijk is hij na zijn scheiding naar Weert vertrokken, want hij kwam vanuit Weert naar Hoofdweg 54. Deze Toon Blok heeft in 1921 de Lorredraaier gesloopt. Dit was de molen die stond aan de Grechtkade. De onderdelen werden opgeslagen in een schuur die stond op het land van de familie Brak, achter de woning van de familie Beukers aan de Hoofdweg 56. Toon Blok was een beetje bijzondere man. Hij was nogal groot en in het kleine huisje waren de deuren aan de lage kant. Dit betekende dat hij regelmatig zijn hoofd stootte tegen het deurkozijn. Als oplossing had hij een jutezak tegen de bovenkant van het kozijn getimmerd zodat het stoten niet meer zo’n pijn deed. De jeugd uit ons dorp nam Toon Blok nog wel eens te grazen. Hij hield ervan om zijn huis lekker warm te stoken. En wat deed onze lieve jeugd? Zij legden iets bovenop de schoorsteen of gooiden in de winter sneeuwballen door de schoorsteen, waardoor Toon Blok bijna zijn huis uitrookte. Een andere anekdote over Toon Blok is de volgende. Op een dag had hij over de sloot een praatje in het land met Cornelis van de Bunt. Deze riep naar hem: ,,Ik weet nog een goeie vrouw voor jou.” ,,O ja?”, vroeg Toon Blok. ,,Wie mag dat wel wezen?” Waarop Van de Bunt zei: ,De Koningin.” Dit gesprek vond plaats net nadat prins Hendrik was overleden. Na het overlijden van Anthonie Blok op 9 oktober 1950 wordt de woning verkocht aan Willem Beukers. De schilder van de overkant, die woonde op nummer 99 (Hoofdweg 56).

Willem Beukers had de woning gekocht voor zijn zoon Johannes (Jan) Beukers (geboren 25 juni 1926 te Zegveld). Toen begon een periode van opknappen. De voorgevel van het huisje had namelijk een hele ‘buik’. Door Aannemingsbedrijf Beukers, die naast de woning was gevestigd, werd de voorgevel recht gewonden met een domme kracht. De woonkamer werd vergroot door er een erker aan te bouwen en op het dak werd een dakkapel geplaatst. Het comfort van de woning werd vergroot doordat de wc naar binnen werd gehaald. De buitenkant van het huisje werd wit geschilderd en er werden luiken aangebracht. De woning onderging een totale metamorfose, hetgeen werd gecompleteerd door aan de voorkant van de woning een voordeur aan te brengen. Omdat het huisje zo laag lag, moest bij de voordeur in de grond een verlaagde stoep worden aangebracht. Toen het huis klaar was kon er worden getrouwd. Jan trouwde op 19 april 1951 in Woerden met Abelina (Ien) Hamelink (geboren 8 september 1929 te Woerden). Nadat Jan en Ien van de bruiloft waren thuisgekomen, hadden ze de trouwjurk en het trouwpak aan een rail voor het raam gehangen. Toen Wim Boer, een buurjongetje, dit de volgende morgen zag, wist hij zijn moeder te melden: ,,Nu hebben ze zich nog opgehangen ook.” In 1955 verhuisde Willem Beukers, de vader van Jan, naar Woerden. Daar hadden ze ook een schildersbedrijf. Daarnaast was het voor Willem Beukers gemakkelijker om in Woerden te wonen omdat hij ook nog teken- en schilderles gaf in Utrecht. De ouderlijke woning aan de Hoofdweg 56 kwam vrij en Jan en Ien verhuisden hiernaartoe. En zo verwisselde de woning weer van eigenaar.

De woning werd verkocht aan Luitje Bleeker (geboren 31 augustus 1887 te Veendam). Luitje was een gepensioneerde postkantoorhouder. Hij was op 13 juni 1918 te Maartensdijk getrouwd met Hendrika Gezina van Essen (geboren 22 mei 1894 te Maartensdijk). Van hen is bekend dat ze erg op zichzelf waren. Maar ze hadden ook nauwelijks gelegenheid gehad om te integreren in het dorp. Want op 3 maart 1955 zijn ze er komen wonen en Luitje Bleeker overlijdt op 19 december 1955 te Woerden. Zijn vrouw blijft er nog wonen tot 14 september 1956. Daarna verhuist zij naar De Bilt. En weer komt de woning te koop.

Ditmaal wordt de woning gekocht door Jan Gerrit de Jong (geboren 16 september 1933 te Barwoutswaarder). Jan is op 27 september 1956 in Barwoutswaarder getrouwd met Jarina Evertje (Rina) van Luinen (geboren 11 januari 1934 te Wilnis). Er behoefde weinig aan het huisje te gebeuren, want het was enkele jaren daarvoor helemaal door de familie Beukers opgeknapt. Jan en Rina hebben er ruim elf jaar met heel veel genoegen gewoond. Rina vertelt: ,,Het huisje stond op dorp erg centraal. Je kon vanuit de kamer alles volgen wat er op dorp gebeurde.” Leuke anekdotes komen ‘boven drijven’. Toen Rina in verwachting was van zoon Jan, sprak men daar niet zo open over. Zeker niet als er kinderen bij waren. Maar toen Jan zich aankondigde, moest vader Jan de Jong gewaarschuwd worden bij de Verwo dat hij naar huis moest komen. ,,Ik had een briefje geschreven voor overbuurvrouw Beukers met daarop de tekst: ‘Graag de Verwo bellen, want er is brand thuis’. Toen Ien Beukers-Hamelink deze tekst hardop aan tafel voorlas, vlogen alle kinderen spontaan naar de overkant.”
Het in de grond verzakte stoepje bij de voordeur zorgde ook nogal eens voor problemen. Zo zaten er regelmatig padden en kikkers in die er niet meer uit konden. Jan de Jong hoorde een keer een raar gekrabbel aan de voordeur. ,,Ik ging kijken en wat dacht je wat, zat er een egel die er niet meer uit kon.” Vanuit deze periode stamde ook de naam ‘het pookhuisje’. Aan de binnenkant bij de voordeur zat een bel en als je deze wilde laten gaan, trok je buiten aan een ‘pook’. U begrijpt dat de jeugd uit ons dorp hier regelmatig gebruik van maakte, soms wel eens tot ergernis van Jan de Jong. Jan vertelt: ,,Ook is het een keer gebeurd dat een dronken automobilist met zijn wielen in de stoep belandde, vervolgens een luik ramde, het huis beschadigde om tenslotte bij bakker De Leeuw tot stilstand te komen.” Jan en Rina herinneren zich nog goed dat zij een van de eersten op dorp waren die televisie hadden. ,,Bij gebeurtenissen als schaatsen, Open het Dorp en de begrafenis van koningin Wilhelmina zat de huiskamer afgeladen vol. Iedereen wilde graag deze gebeurtenissen op de televisie meemaken.”
Inmiddels waren vijf kinderen geboren en werd het huis te klein. Zo moest er al een kledingkast worden gesloopt om een stapelbed te kunnen neerzetten. Waarschijnlijk is dit de kledingkast geweest die Jan Beukers er in had gemaakt. En dan volgt er een logische woningruil. Mevrouw Van Doorn die op Molenweg 8 woonde, wilde graag dichter bij een van haar kinderen wonen. Alle kinderen waren inmiddels uitgevlogen en het huis was voor haar te groot geworden. Dochter Lijntje was getrouwd met Gijs Beukers en zij woonden op het dorp aan de Hoofdweg 68, dus tegenover het witte ‘pookhuisje’. Het witte huisje van De Jong was een ideale woning voor haar. En zo verhuisde in oktober 1967 Jan de Jong met zijn gezin naar Molenweg 8 en kwam mevrouw Van Doorn naar dorp.

De nieuwe bewoonster werd dus Lijntje van Doorn-Brak (geboren 16 april 1892). Zij was op 29 augustus 1918 getrouwd met Leendert van Doorn (geboren 1 mei 1879, overleden 14 december 1946). De woning op dorp was gekocht door haar zoon Bastiaan (Bas) van Doorn. Ze woonde daar heerlijk. Dochter Lijntje vertelt: ,,Vanuit het huisje had je goed zicht op de kerk. Als in de winters de lichten op zondag brandden in de kerk, kon je vanuit het huisje de dominee op de preekstoel zien staan. Niet dat je hem herkende, maar toch zag je iemand bewegen.” Bekend is ook dat het dorp op Nieuwjaarsnacht het verzamelpunt was van de jeugd. Hier werd het vuurwerk afgestoken en vanaf het dorp trok men er op uit om te gaan ‘slepen’. Een traditie die nu niet meer bestaat in ons dorp, maar vroeger bij de jeugd zeer geliefd was. Alles wat buiten stond en versleept kon worden, werd versleept. Zoals boerenwagens, tuinbanken, fietsen, te veel om op te noemen. De meeste attributen werden voor de kerk, bij de dominee of dokter neergezet. Ook de luiken van het witte huisje moesten het vaak ontgelden. Deze werden er dan afgehaald en een eind verderop ‘gedropt’.
Lijntje van Doorn was de laatste bewoonster van dit leuke huisje. Na zes jaar gaat zij in augustus 1973 inwonen bij haar dochter aan de overkant van de weg, Lijntje Beukers-van Doorn. Zij hadden in 1967 aan de Hoofdweg 68 een nieuwe woning laten bouwen en er was ruimte voldoende voor inwoning. Lijntje van Doorn-Brak overlijdt op 8 februari 1975 op de leeftijd van 82 jaar.
Bas van Doorn verkoopt de woning aan Mevr. J. Beukers-de Kruijf. Zij woonde ernaast op Hoofdweg 77. Kort daarna zou de woning worden gesloopt en de grond worden betrokken bij de woning van het aannemingsbedrijf.